Don't wanna be here? Send us removal request.
Text
De tragische liefde voor Tirza
“Als in een trance wijst hij op een stukje vis en dan staart hij weer naar het vriendje van zijn jongste dochter. Hij blijft staren. (…) Mohammed Atta. Als twee druppels water.” Welke vader herkent nou in het vriendje van zijn dochter een terrorist die al lang dood is? Jörgen Hofmeester is zo een vader. Hij is de hoofdpersoon uit de Arnon Grünberg roman Tirza. Deze roman gaat over een vader die veel van zijn dochter houdt. Hij gaat daarin echter te ver zodat hij hier uiteindelijk aan ten onder gaat. Een hoofdpersoon die aan een innerlijke fout ten onder gaat doet erg denken aan een tragische held. In dit artikel word daarom ook gekeken naar de vraag: Komt de ondergang van Jörgen Hofmeester overeen met de ondergang van tragische helden uit klassieke tragedies? Daarvoor wordt eerst gekeken naar het karakter van Jörgen Hofmeester, daarna naar de ondergang van een tragische held en ten slotte wordt er gekeken of zij te vergelijken zijn. Jörgen Hofmeesters is een narcist. Hij vindt het erg belangrijk wat anderen van hem vinden en is er steeds mee bezig zijn eigen imago hoog te houden. Zo heeft hij een huis met uitzicht op het Vondelpark, in een buurt „waarvoor je je niet hoeft te schamen”. Het feit dat Jörgen bij zijn woonplaats eraan denkt dat hij zich er niet voor hoeft te schamen toont dat hij erg op zijn imago gesteld is. Een ander gedrag dat ook toont dat zijn imago belangrijk voor hem is is het moment dat hij zijn werk verliest. Hij schaamt zich hiervoor, en gaat dus, om te verdoezelen dat hij geen werk heeft, elke dag met de trein naar Schiphol. Daar wacht hij tot zijn ‚werkdag’ voorbij is en vertrekt dan weer naar huis. Nou zal een opmerkelijke lezer denken: het belang hechten aan je imago maakt je toch niet direct tot een narcist? Dat is waar, maar er is nog een andere factor: de ziekelijke liefde van Jörgen Hofmeester voor zijn dochter, Tirza. Voor zijn andere dochter voelde hij die liefde niet. Tirza is een perfect meisje: ze haalt goede cijfers, ze is mooi en iedereen met wie ze werkt vindt haar aardig. Het is best mogelijk dat Jörgen zichzelf in Tirza herkent, maar dan perfect. Tirza lijkt namelijk erg op Jörgen, met het verschil dat alles wat ze wil doen lukt. Zo maakten vader en dochter muziek, maar alleen de dochter kon uiteindelijk goed gitaar spelen. Als Jörgen zo veel van zijn dochter houdt en zichzelf in haar ziet, hij zijn imago zo belangrijk vindt, past dit allemaal best wel goed in het profiel van een ziekelijke narcist. Het belangrijkste symptoom van een narcist is namelijk: van buiten zelf verzekert lijken, maar van binnen onzeker zijn en dus veel belang eraan hechten wat anderen van je vinden. De karaktereigenschappen van een tragische held, zoals beschreven door Aristoteles in zijn Poëtica, zijn eigenschappen die bijna allemaal ook geassocieerd kunnen worden met een normale held: Een tragische held moet sympathiek zijn, de talenten moeten bij het personage passen, de held moet realistisch zijn en de held moet constant zijn. De tragische held heeft echter een karakterfout, die uiteindelijk zal leiden tot zijn ondergang. Ook deze ondergang gaat via een vastgelegde lijn. Eerst maakt de held een fout door zijn eigen onbegrip, de hamartia. Dit heeft te maken met de karakterfout die de tragische held heeft. In het verhaal komt dan een onomkeerbaar punt, de peripetreia. Dit is een punt in het verhaal waar de uiteindelijke ondergang onvermijdelijk is. Die ondergang wordt de catastrophe genoemd. Na de catastrophe ziet de held zijn fout in, de anagnorisis. Ten slotte moet het publiek van het verhaal een les trekken uit de ondergang van de tragische held, de catharsis. Er zijn dus veel regels waar een tragische held aan moet voldoen. Dit is echter kenmerkend voor de renaissance, waar de tragedie samen met de tragische held opnieuw werd ontdekt. De grote vraag is nu natuurlijk: is Jörgen Hofmeester een tragische held? De karaktereigenschappen van Jörgen Hofmeester maken hem op het eerste gezicht niet echt tot een tragische held: de lezer ontwikkelt een zekere afkeer voor hem, dus hij lijkt niet echt sympathiek. Maar dat de lezer hem niet sympathiek vindt, maakt hem niet meteen tot onsympathiek. Jörgen Hofmeester wordt door zijn omgeving namelijk gemocht en gerespecteerd. Zijn karakterfout is onzichtbaar voor personen waarmee Jörgen omgaat, als lezer wordt je er echter mee geconfronteerd, waardoor je een afkeer voor Jörgen ontwikkelt. Het grootste talent van Jörgen, het koken, past goed bij hem. Met koken krijg je complimenten, wat je zelfvertrouwen versterkt. Iedereen heeft een Jörgen in zich. In de eerste alinea zal iedereen wel iets van de narcistische kenmerken in zichzelf herkend hebben. Realistisch is Jörgen dus ook. In het verhaal ondergaat het personage ook verder geen grote veranderingen, wat hem constant maakt. Het personage past dus zeker wel in het kader van dat van een tragische held. En de ondergang van Jörgen? De hamartia, de karakterfout, is al in de eerste alinea uitvoerig beschreven: de te grote liefde voor zijn dochter, die eigenlijk aan zich gekoppeld is. Het onomkeerbare punt, de peripetreia, heeft er duidelijk mee te maken dat Tirza weggaat. Maar iedere dochter gaat ooit bij haar vader weg, dus dan zou al vaststaan dat Jörgen Tirza zou vermoorden bij de geboorte van Tirza. Er is echter een punt in het verhaal waar Jörgen Tirza’s respect verliest. Hij wordt door Tirza betrapt als hij met een klasgenote van haar vrijt. Dit plotselinge verlies van zijn dochter, zou best wel eens de stoppen bij Jörgen hebben doen doorslaan. De catastrophe is duidelijk het punt, waarop Jörgen zijn dochter vermoordt. Jörgen ziet zijn fout in, de anagnorisis, als hij naar Zuid-Afrika gaat, waar zijn dochter naar toe zou gaan, om zijn dochter te zoeken. Daar ontdekt hij zijn fout en herkent dat hij zal ondergaan. Als lezer ervaar je cartharsis , omdat je merkt dat iedereen een Jörgen in zich heeft. Jörgen Hofmeester heeft dus erg veel weg van een tragische held. Hij ziet geen terrorist in het vriendje van zijn dochter, hij ziet in hem iemand, die zijn dochter van hem rooft en een stuk van hem zal wegnemen.
0 notes
Text
Winter’s Waanzin
“Zij was gekleed in een wijde broek en een net zo wijd hemd, beide van zachtrood katoen die weinig van de vorm onthulden.” Verbijstering, toeval, lot. Dat is de overheersende gedachte van God’s gym, een roman van Leon de Winter. Niets gaat zoals je wilt of verwacht dat het gaat. Joop, een Hollander in Los Angeles met Joodse wortels en hoofdpersoon van de roman, ontmoet in het eerdergenoemde fragment Linda. Zij is een ver nichtje van Joop en was in zijn kindertijd zijn vriendin, totdat Joop’s vader affaire bemerkte en Linda naar Engeland stuurde. Na dertig jaar komt Linda terug in Joop’s leven dat een grote chaos is: zijn dochter van 17 is net bij een auto-ongeluk overleden en Joop wordt benaderd door de Israëlische geheime dienst. Het vroegere seksmonster is een boeddha geworden. En dit is maar een deel van de waanzin van dit boek. Zo heb je ook nog een karate meester die zijn leven in dienst wil stellen van Joop en een Nederlandse drugsbaron die een potentiële terrorist is. Een goed boek voor iedereen die van waanzin en plot-twists houdt.
De wereld is onvoorspelbaar en dat komt goed naar voren in God’s gym. Er wordt in dit boek gezocht naar waarheden over gebeurtenissen. Deze waarheden wordt niet weinig gezocht in religie. Leon de Winter neemt de lezer mee naar werelden via de hoofdpersoon Joop, een nuchtere Hollander die ondanks zijn Joodse wortels niets heeft met religie en de waarheden daarom nooit zou zoeken bij god. Volgens hem gebeuren dingen gewoon. Je kunt er niets aan veranderen. In de roman komt zijn ’niet-geloof’ echter onder druk te staan. Zijn dochter komt om bij een motor ongeluk en de bestuurder van de motor is. In zijn verdriet ontmoet Joop veel mensen die allemaal anders omgaan met verdriet. En allemaal anders denken over het lot. Zo wordt Joop met Joodse, Boeddhistische en ietsistische ideeën geconfronteerd.
Uiteindelijk gaat de roman om een ding: verbijsterende toeval. En dan vooral de soort waar je geen invloed op hebt. Deze toeval raakt je het ergst. Als lezer van het boek werd ik heel vaak verrast. Het is een van de moeilijkste dingen voor een schrijver om de lezer te verrassen. Maar Leon de Winter is dat met God’s Gym perfect gelukt.
0 notes
Text
Balansverslag 15/16
Ik heb dit jaar weer veel gelezen. De echte uitschieters dit jaar waren VSV van Leon de Winter en Huis van de moskee van Kader Abdollah. Hierbij mijn balansverslag van het jaar 2015/ 2016.
Ook dit jaar heb ik veel geleerd en ontdekt van het lezen. Zo heb ik het Midden-Oosten ontdekt door het lezen van een huis aan de Moskee van Kader Abdollah . De persische cultuur en de Iraanse natuur kwamen er goed uit naar voren. Waar ik voorheen het beeld had van een door oorlog verscheurd stuk woestijn heeft dit boek mijn ogen geopend. Door het beschrijven van de mooie natuur, met de grote aantallen verschillende bloemen, en de Perzische literatuur, die hem te gelijk aanmoedigde om te gaan schrijven en hem het gevoel gaf dat alles al beschreven was, heeft Abdollah me getroffen met de schoonheid van zijn land.
Door dit boek heb ik ook meer interesse gekregen voor details. Ik lees een stuk langzamer, maar neem daarvoor veel meer details in me op. Zo kan ik veel langer met een verhaal bezig zijn wat ik wel prettig vind.
Een echt lees-hoogtepunt dit jaar was de Roman VSV van Leon de Winter. deze Roman was enorm spannend, verwikkelde geschiedenis met de werkelijkheid en is ook nog eens grappig. Met een karikatuur van Theo van Gogh, die pas de hemel in mag als hij als beschermengel een topcrimineel redt, en nog meer BN ers zoals Leon de Winter zelf, Geert Wilders en Job Cohen is dit een van de meest hilarische boeken die ik dit jaar gelezen heb.
Ik heb dit jaar ook een roman gelezen die ik niet geheel kon plaatsen. Tirza, een roman van Arnon Grünberg, gaat over een vader die erg van zijn kinderen houdt. Maar voor mij ontwikkelt zich die vader tot een psychopaat, gebeuren er dingen waarvan ik serieus bang wordt en denk, gebeurt dat echt? en vond ik het erg moeilijk om te lezen, omdat het boek langdradig is. toch heeft dit boek me nog wekenlang bezig gehouden. Misschien moet ik dit boek nog is lezen als ik 40 ben, misschien begrijp ik het dan beter.
Mijn favoriete onderwerp is geschiedenis. Zowel boeken die zich afspelen in het verleden als boeken over het verleden gaan, maar zich in het heden afspelen interesseren me, omdat de geschiedenis mij fascineert.
Mijn favoriete boek, of eigenlijk serie, is Harry Potter. Dit jaar weer herlezen, heb ik weer nieuwe dingen opgemerkt. Het plot is enorm goed, de wendingen zijn onvoorspelbaar en het is enorm spannend. Een echte aanrader.
Dit jaar heb ik een nieuw genre ontdekt: detectives. Na deze zomer twee boeken van Elizabeth George en een detective van Nicci French gelezen te hebben snak ik naar meer. Ik denk dat ik dit jaar zeker nog een paar detectives ga lezen. Nadat ik twee jaar geleden al een goede detective van Jo Nesbo had gelezen, is dit genre een beetje op een zijspoor beland. Hopelijk ga ik daar dit jaar iets aan doen.
Vorig jaar wilde ik veel boeken gaan overlezen. Dat heb ik gedaan. Nu herlees ik bijvoorbeeld het Duitse boek Es Muß nicht immer Kaviar sein van Simmel, en dat bevalt goed. Daarmee ga ik zeker komend jaar door.
0 notes
Text
Het lied der dwaze bijen
Een geur van hooger honing verbitterde de bloemen, een geur van hooger honing verdreef ons uit de woning.
Die geur en een zacht zoemen in het azuur bevrozen, die geur en een zacht zoemen, een steeds herhaald niet-noemen,
ried ons, ach roekeloozen, de tuinen op te geven, riep ons, ach roekeloozen naar raadselige rozen.
Ver van ons volk en leven zijn wij naar avonturen ver van ons volk en leven jubelend voortgedreven.
Niemand kan van nature zijn hartstocht onderbreken, niemand kan van nature in lijve den dood verduren.
Steeds heviger bezweken, steeds helderder doorschenen, steeds heviger bezweken naar het ontwijkend teeken,
stegen wij en verdwenen, ontvoerd, ontlijfd, ontzworven, stegen wij en verdwenen als glinsteringen henen. --
Het sneeuwt, wij zijn gestorven, wij dwarrelen naar beneden. Het sneeuwt, wij zijn gestorven, het sneeuwt tusschen de korven.
0 notes
Text
Het huis van de moskee
Veranderingen doen pijn
“Ze slopen op hun tenen naar het raam, maar de gordijnen waren dichtgetrokken. Voorzichtig passeerden ze het raam en gingen naar de deur. Er scheen mysterieus zilver licht door de kieren heen. Ze legden hun oren tegen de deur. ‘Onmogelijk’, hoorden ze de Imam zeggen. ‘Onmogelijk’, hoorden ze Aga Djan zeggen. Ze keken door het sleutelgat en zagen alleen het merkwaardige licht dat de bibliotheek vulde.” Dat mysterieuze licht is van een TV. En de TV is samen met de radio het toonbeeld van de Amerikanisering van Iran in de jaren 70’. De daaropvolgende Iraanse revolutie wordt ook uitgebreid beschreven in de roman Het huis van de moskee van Kader Abdolah. Een goed geschreven boek, dat ook nog is erg informatief is. Bovendien is het boek voor Westerse lezers kloof overbruggend met de islamitische denkwijze en citaten uit de Koran.
Het boek is goed geschreven. “Met vochtige ogen keek Aga Djan naar de oranjeroze bloemen die het graf bedekten. Ze waren zo dicht tegen elkaar aangegroeid dat het leek alsof ze bang waren het graf te verhullen.” Dit is een zinnetje wat echt tot de verbeelding spreekt. Je ziet die oranjeroze bloemen al voor je. Wat voor bloemen het zijn hangt van jouw verbeelding af. Er worden accenten gezet, genoeg om een beeld mee te vormen, maar niet zo veel dat alles al is gegeven. Als een soort kleurplaat (In dit geval met alleen de kleur en niet de plaat). Verder is het boek eenvoudig geschreven, maar wel zo dat je echt in het boek getrokken wordt. Echt niet zoals het NRC schrijft „Kader Abdolahs taal is eerder onbeholpen dan lyrisch en weinig beeldend.” Ik ben het hier niet mee eens, omdat ik in het boek bijna geen spel- en/of grammaticafouten vind, wat ik knap vindt voor een allochtone schrijver. Natuurlijk is de taal wat eenvoudig , maar met zijn kleine woordenkennis zegt Kader alles wat hij wil zeggen. En dat vind ik niet alleen knap, maar ook erg mooi.
„Hoewel evident partij in de Iraanse conflicten, neemt Abdolah voldoende afstand om voor alle posities die mensen in snel escalerende situaties kunnen innemen een begin van begrip op te brengen. Zonder zelf een stelling te betrekken, gaat zijn hart duidelijk uit naar de wijsheid van gematigde personen als Aga Djan, die van de traditie het goede willen behouden en veranderingen hun tijd gunnen.” is wat NRC zegt over de informativiteit van het boek. De NRC vind dat er in het boek duidelijk partij wordt gekozen. Hiermee doelt NRC op een linke ondergrondse verzetsgroep. Echter worden de aanslagen van de linkse verzetsgroepen op dezelfde manier gebracht als de martelingen van de Amerikanen, of de executies van de Islamitische Iraanse regering. Bovendien is het makkelijk te denken dat Kader Abdollah partij kiest voor de linkse verzetsgroepen, omdat hij daar het minst over schrijft. Natuurlijk schrijft Abdollah meer over de twee hoofdgroepen in dit conflict. Verder leer je een heleboel over de Iraanse revolutie en de verschillende standpunten van de groepen. En dat allemaal ook nog eens erg mooi verpakt in een meeslepend familieverhaal.
„Met de lente komt het nieuwe Perzische jaar, Norooz.” „Alsaberi droeg een zwarte tulband, wat betekende dat hij een nakomeling van Mohamed was.” Je zou zo nog wel even door kunnen doorgaan, met zinnen waarin stukjes Perzische cultuur worden beschreven. Ook zitten er in het huis van de moskee tal van denkwijzen en gebeurtenissen die in de Westerse cultuur ondenkbaar lijken. Dat zegt ook Kader Abdolah: „Ik heb dit boek voor de Westerse wereld geschreven. (…) Ik heb geprobeerd de gordijnen opzij te schuiven en de Islam als levenswijze te laten zien” Dat is precies wat deze roman heeft gedaan. De cultuur wordt zo mooi voorgesteld… Ik wordt er nog steeds sprakeloos van.
Ik vindt de roman dus goed, omdat de roman goed, eenvoudig geschreven is, de roman erg informatief is en de kloof tussen de Westerse en de Islamitische wereld overbrugt. De roman is een echte aanrader. Ook is het een roman die je echt meetrekt in de geschiedenis van Iran met zijn spannende revolutie, die de Amerikanisering volledig omdraaide. „Er ontstond een straatoorlog tussen hen en de Islamitische veiligheidstroepen. Iedereen die op die dag gearresteerd werd , werd diezelfde avond nog zonder vorm van proces geëxecuteerd.”
0 notes
Text
VSV
Vader en zoon
De stopera, het stadhuis van Amsterdam met daarnaast een theater, is opgeblazen. Er is een vliegtuig gekaapt. De terroristen hebben alle troeven in handen. Ze houden Amsterdam in een stevige ijskoude houdgreep. Kan topcrimineel Max Kohn samen met zijn beschermengel Theo van Gogh Amsterdam bevrijden? De Roman „VSV” van Leon de Winter is een ongelofelijk abstracte vertelling. Verschillende personen, zoals de dode Theo van Gogh en Leon de Winter (de schrijver van deze roman), komen samen in deze roman. De meeste karakters in de roman bestaan ook in werkelijkheid, maar het verhaal is bedacht. De elementen die in deze recensie worden besproken, zijn de originaliteit van de roman, het aspect goed en kwaad komt ook aan bod, net zoals het aspect vriend- en vijandschap.
Deze roman is erg origineel. De originele onwerkelijkheid begint al aan het begin met de moord op Theo van Gogh, uit het perspectief van Theo. Je begeleidt Theo op zijn weg naar de hemel waar Theo echter niet verder komt dan de intake. De Winter durft zelfs die intake te beschrijven: „Na een reis die geen tijd kende, belandde hij in een omgeving die hij het best kon omschrijven als een kazerne.” Omdat Theo onthoofd werd, is alleen Theo’s hoofd bij die intake. Theo wil zijn lichaam weer terug hebben en moet om dat terug te verdienen een beschermengel worden. „‚De eerste is Ayaan Hirsi Ali.’ (…) ‘Jullie zijn wreed,’ zei hij. ‘De tweede naam is Leon de Winter.’ ‘Never,’ zei Theo. (...) ’En de derde?’ vroeg Theo. Hij nam een slok. Hij nam een trek. ‘De derde is jouw moordenaar. Mohamed Boujeri’. Theo keek hem met open mond aan. ‚Geen van drieën’ mompelde hij.” De gebeurtenissen die hier beschreven zijn spelen zich allemaal af in het eerste hoofdstuk. De grappige onwerkelijkheid spat van dat eerste hoofdstuk af en gaat in de rest van het boek door. Bovendien gaat dit in deze roman ook nog eens gepaard met veel spanning.
De roman stelt een goede vraag: wat is het verschil tussen goed en kwaad? Criminelen horen bij het kwaad. Terroristen horen ook bij kwaad. Maar als criminelen tegen terroristen vechten, zijn de criminelen en terroristen dan nog wel allebei bij het kwaad? „‚Ik heb nooit contact met hem gehad.’ zei Ouaziz. Hij maakte met zijn hand een wegwerpgebaar naar mij. ‚Ik vind hem verwerpelijk. Hij is een extremist. Ik ben een zakenman. Misschien een vreemde zakenman in uw ogen, maar ik ben geen geloofsextremist.’ Ouaziz is een crimineel en zegt in dit stukje dat hij niet bij het kwaad zit, zoals de ik-persoon, in dit geval de moordenaar van van Gogh. Ook omdat het boek een steeds wisselende ik-persoon heeft, zo verteld dat je die meedogenloze drugsbaron eigenlijk ziet als een vriendelijke man die best je vriend had kunnen zijn, merk je hoe gering het verschil tussen goed en kwaad is. Veel geringer dan je zou denken.
In deze roman wisselen vriendschap en vijandschap elkaar voortdurend af, meestal komen ze naast elkaar voor. De Winter begint een stuk of tien verhalen, met net zoveel verschillende personen die niks met elkaar te maken lijken te hebben. Waar in het begin totaal geen verband tussen een topcrimineel en de burgemeester van Amsterdam, Cohen, lijkt te zijn, merk je later dat de halfbroer van Cohen een topcrimineel is. En vaak gaan vriendschap en vijandschap ook nog eens hand in hand. „‚ Bram, ik denk dat ze nog van hem houdt.’ ‚Het is lang geleden.’ ‚Ik heb een keer met haar over Kohn gepraat. Ze haat hem. Dus houdt ze van hem.’” Dit en nog meer haat/houdt relatie houden het hele boek inclusief de personages bijeen. Die zelfde relaties worden het hele boek door ontrafeld. De roman leest zich daarom als een kado dat je uitpakt. En net als bij een kado wil je als je het uitpakt/leest tot op het laatste moment weten wat eruit komt. een erg boeiend boek dus.
Dit boek slaat met zijn originaliteit in als een bom. Je weet dat het boek niet mogelijk is, maar het wordt zo goed gebracht dat het allemaal echt lijkt. De gecompliceerde relaties van de karakters in de roman dragen daar zeker veel aan bij. En dan is er natuurlijk nog het moraal van het verhaal. Hoe kwaad mensen ook lijken, ze zijn nooit helemaal kwaad. En als het goede van alle mensen samenkomt zal ook Amsterdam zich weten te bevrijden uit die stevige, ijskoude houdgreep.
Daniel Keller 3B
0 notes
Text
17 december, 1903
Ik neem een grote stap over de touwen van de Flyer 1 naar het midden van de vliegmachine. Mijn broer Wilbur loopt voor mij uit. De propeller wordt net aangezwengeld en begint te brommen en te draaien. Wilbur neemt plaats op het hout, het hout waar hij en ik zoveel enerie in hebben gestoken, omdat het onze droom moest verwerkelijken: vliegen als een vogel.
We hadden gehoord over Lilienthal, een uitvinder die had gezweefd als een vogel, en wat hem bij slecht weer fataal was geworden. Wij besloten om net als hij een poging te wagen om te vliegen. Dit keer met een motor, die ons bij slecht weer niet een speelbal van de wind te laten worden. Zo veel mensen hadden al geprobeerd vliegtuigen te bouwen, maar niemand is het tot nu toe gelukt. Maar de omstandigheden waren veranderd. Lilienthal had zweefvluchten gehouden, en daarmee bewezen dat het mogelijk was de vogels in de hemel te vergezellen. Met zijn kennis en de kennis die we als fietsenmakers hebben opgedaan, hebben samen iets groots bewerkstelligt. In het geheim bouwden we een windtunnel waar we proeven deden. We gaven onze vriend Charles de opdracht een lichte krachtige motor te bouwen terwijl wij het lichte vliegtuig ontwierpen, de lanceerinstallatie, die werkt met een gewicht dat naar beneden valt en waarmee we het vliegtuig de lucht in zouden krijgen, en de propellers.
Ik stap in en ga naast mijn broer zitten, op de plaats waar de piloot moet zitten. De nervositeit ebt nu langzaam weg. Het moet gewoon lukken. Ik kalmeer, pak de stuurhengels vast en probeer niet aan de mislukte vlucht eergisteren te denken. We hebben de Flyer 1 sindsdien verbeterd, er kan niets meer fout gaan. Het aftellen begint. Ik weet wat er bij de laatste tel zou gaan komen.
Bij „een” valt het gewicht van de lanceerinstalatie naar beneden en geeft de Flyer 1 een kracht impuls die ik als een schok door het vliegtuig voel sidderen. De propellers geven de laatst nodige krachtboost: Het vliegtuig kiest het luchtruim. In de lucht kunnen de propellers hun gang gaan en het vliegtuig maakt een sprong vooruit. Als een kind met kerstmis zit ik in de Flyer 1 en vlieg. Een enorme euforie maakt zich meester over me. Ik wil hoger, verder, sneller. Maar ik ga niet hoger, want wie weet hoe veiligere machine is. Straks vlieg ik op 10 meter hoogte, de machine begeeft het terwijl ik denk: ik vlieg nog. Die gedachte maakt zich meester van me zodat ik zelfbeheerst een bocht maak en zo het bos wat voor mij opdoemt uitwijk. Als ik weer recht lig, maak ik me klaar om te landen: langzaam druk ik een van de hendels in en begint de machine langzaam te dalen. Met een schok kom het vliegtuig op de bodem.
Als verdooft zit ik in de machine. Ik kijk naar Wilbur. Wilbur kijkt naar mij. We grijnzen naar elkaar.
„Het is gelukt!” zeg ik.
„Ja” is het antwoord.
Ik weet wat hij denkt, want ik denk hetzelfde: volgende keer gaan we verder. Om ons heen juicht ons team. Ze feliciteren ons, Wilbur neemt ze in ontvangst. Want ik zit als verdooft naar de propellers die ons de lucht in hebben gebracht en die nu worden stilgezet. Mijn geluk kan niet op. Het is een gevoel dat me energie geeft, en het gevoel uit mijnvel te kunnen springen.
Ik kijk op en zie dat Wilbur al is afgestapt. Ik loop achter hem aan en kijk vol respect naar de Flyer 1. Naar het hout, naar de touwen en naar die motors die net een indrukwekkende reis achter de rug hebben. Ik vol me verbonden met hen. Want samen hebben we een fantastisch avontuur beleeft, een fantastische reis gemaakt. Met de Flyer 1 hebben mijn broer en ik, Wilbur en Orville Wright de eerste vlucht uit de geschiedenis gemaakt na Daedalus, Icarus en Otto Lilienthal. De eerste gemotoriseerde vlucht. Door ons twee, mannen met snor en in pak. Ik heb zo het gevoel dat er wel meer mensen zullen gaan vliegen, want vliegen was altijd al een van de grootste mensendromen. Onze grootste droom. En wij hebben hem verwerkelijkt
0 notes
Text
Herfst
Oranje, geel, rood,
Flora in alle kleuren,
Om ons op te beuren,
Jammer genoeg allemaal dood.
We worden gevoed door de hazen en beukenoot,
Een voorbereiding op het kerstgebeuren,
Maar wat we dan toch betreuren,
De bomen zijn kaal, de bladeren dood.
Ik kom vaak in Duitsland,
En in de herfst bij de Odenwald,
Zijn de bergen in de herfst o zo mooi,
En in dat heuvelland,
Heb ik het gevoel dat het door het bos schalt,
“De zomer is voorbij, de winter komt eraan, dus geniet van de herfst, want die is wondermooi.”
0 notes
Text
Eikje
De kou heeft hem verschroeid, maar hij, ontplooid, bleef aan de zomer trouw, open en strak, een eikje dat zijn blad behield, bruin en verdord, maar eetbaar bruin en leefbaar dor.
Cris van Geel
berkje
De hitte heeft hem verschroeit, maar hij,
Droog, bleef aan de herfst trouw,
dor en droog,
Een berkje dat droog blad behield,
Nat van buiten, droog van binnen
en met leven in de wortels.
Daniel Keller
0 notes
Text
Het is er groen
ruikt er naar bloesem
’t leeft er
’t beweeg er
’t is er o zo mooi.
De grond is er bruin
de grond is er zacht
hij is als een deken
voor de wortels
van de reuzen van ’t groen.
S’ winters is ’t er wit
s’ lentens is ’t er groen
s’ zomers is ’t er bont
s’ herfts is ’t er bruin en rood
en altijd leeft ’t er.
Bos
Daniel Keller
0 notes
Text
Joe Speedboot
Een jongen die maar een arm kan bewegen en als vriend een avonturier heeft. Dat is de basis van het boek Joe Speedboot waarin Fransje Hermans in een rolstoel zit en meedoet met zijn vriend Joe Speedboot, die bommen maakt Vliegtuigen maakt en de Paris Dakar rijdt in een Shovel. Een boek vol met goede personages, mooie beschrijvingen en een erg mooie hoofdgedachte.
De hoofdpersoon is Fransje Hermans kan, maar een arm bewegen en kan niet praten. Op zijn zoektocht naar gezelschap ontmoet hij Joe Speetboot, samen met zijn vrienden Engel en Christof. Samen worden ze pioneers waaraan Fransje meedoet. Maar dat is alleen Fransjes middelbare school tijd, daarna gaan alle vrienden van Fransje weg en is hij aangewezen op zijn vader, die hem wil laten werken, en zijn moeder die vindt dat hij niet kan werken.
Fransje woont in de achterhoek en rijdt in zijn rolstoel de hele tijd door de weilanden, langs de rivier naast hun dorp en door het dorp zelf. Tommy Wieringa heeft het mooie landschap hier goed benut en beschrijft “de weelderige weilanden vol met bloemen” goed.
Daarbij is de hoofdgedachte van dit boek erg duidelijk: ook al zit je in een rolstoel en kun je geen woord uitbrengen, je kunt altijd wel iets doen, Fransje maakt bijvoorbeeld kronieken van het dorp waarin hij leeft.
Dit boek is goed geschreven maar ook tamelijk absurd. Maar dat maakt niet uit, want het leest alsnog goed en is dus een echte aanrader.
0 notes
Text
Amsterdam 16 December 2014
Beste Jacob Bicker Raye, Ik heb in een boek fragmenten uit jouw dagboek gelezen en ik vroeg mij een paar dingen af. In jouw dagboek schreef jij over allemaal gebeurtenissen die in Amsterdam plaatsvonden. In het boek werd gezegd dat jij al die informatie had van koffiehuizen. Had je een favoriet koffiehuis? En kwamen daar altijd dezelfde mensen naar toe (stamgasten)? Werd er alleen over de gebeurtenissen in Amsterdam gepraat of ook over internationale gebeurtenissen? Wat voor volk kwam er allemaal? Als er verschillend volk kwam werd dat dan gescheiden gehouden of niet? En werd er vooral over Financiën, over kunst, geroddel of over iets anders gepraat? De winters in dat oude Amsterdam moeten erg mooi zijn geweest. Ik las in jouw dagboek over jouw laatste winter hoe je daar de arrensleeën telden en schreef over de pracht van deze voertuigen die in koude winters zelfs over de gracht reden. Je moet weten dat in de tijd waarin ik nu leef er bijna geen arrensleden meer zijn en al zeker niet in Amsterdam. Ook zijn er bijna geen koude winters meer, in mijn dertienjarige leven maar een keer op de grachten geschaatst of gelopen. En jij zou het natuurlijk raar vinden, maar ik vindt het jammer dat er nog maar zo weinig koude winters zijn. Want in de huidige tijd heb je waterleidingen die ver genoeg onder de grond liggen om niet te bevriezen. Jij beschreef de goede en de slechte zijden van deze koude winters; de bevroren lichamen, het watertekort, de kou binnenshuis, maar aan de andere zijde ook de sneeuwpret die de rijkeren hadden, de pracht van de arrensleden… De problemen zijn nu opgelost, men heeft het leger des heils, de waterleiding en de verwarming. De problemen zijn nu opgelost, maar nu zijn er geen mooie winters meer. Als er van die harde winters waren, was het in de kerken wel warm, en mochten daklozen zich daar verwarmen? In het boek wat ik gelezen heb stond dat je graag ter dood brengingen bijwoonde, waarom? Wat is er zo interessant aan? Met vriendelijke groet Daniel Keller Amstel 11
0 notes
Text
De kleine blonde dood
Toen ik een mooi boek wilde lezen, vroeg ik mijn moeder of zij misschien een goede tip voor mij had. Ze keek in onze boekenkast met allemaal boeken waarvan ik de meeste nog niet gelezen had, omdat ik daarvoor vooral boeken uit de bieb had gelezen. Ze pakte niet meteen een boek uit de kast maar keek eerst een tijdje naar de titels om te kijken welke zij mij nou zou aanraden. Ze gaf over een aantal boeken uitleg , maar na een paar titels kwam ze aan bij het boek „de kleine blonde dood” van Boudewijn Büch. Ze raadde me het alleen aan met deze zinnen „Dit is een heel mooi boek. Het is geïnspireerd op het leven van de schrijver; Een hele bijzondere man. Ik denk dat je deze wel heel leuk zou vinden.” Ik ben het met mijn moeder eens: het zijn mooie verhalen over een bijzondere man. Één verhouding in dit boek vond ik het ontroerendst. De verhouding tussen de vader van Boudewijn, Rainer, en Boudewijn. Doordat de vader nog steeds lijdt onder de oorlog hebben zijn kinderen het niet gemakkelijk. Zo lees je op één bladzijde dit „hij kon dan net zo lang slaan tot ik zei dat ik het begreep” (blz 73). Maar tussen Boudewijn en zijn vaders bestaat nog iets anders: „Mijn moeder zei, terwijl zij een dweiltje opvouwde ‚Jij hebt iets speciaals met je vader. Soms ben ik daar wel jaloers op.’” (blz80). Ik vind het erg ontroerend dat aan de ene kant de vader zijn kinderen mishandelt omdat zij nog niks begrepen van de oorlog ( Met „tot dat ik zei dat ik het begreep” bedoeld Boudewijn de dingen uit de oorlog die hij nog helemaal niet kan begrijpen), maar aan dat er aan de andere kant er een erg speciale relatie is tussen Boudewijn en zijn vader die juist zo tegenovergesteld is. Dat wat Boudewijns moeder bedoelde in het eerder genoemde citaat, is een museumbezoek(dan toch wel weer naar een oorlogsmuseum); één van de probeersels van Boudewijns vader om toch nog een paar leuke dingen met zijn zoon te doen. Nadat ik dit boek had gelezen, ging ik nog een keertje nadenken over de verschillende verhalen in dit boek. Één verhaal was erg goed blijven hangen. Een stukje van Boudewijn en zijn gekke oom. Het is een erg indrukwekkend verhaal over Boudewijn en zijn oom die altijd gaan wandelen. Op de laatste wandeling, zegt zijn oom dat hij graag patatten wil eten. Ofschoon de volgende friettent 3 uur lopen is haalt Boudewijns oom Boudewijn over. Ze komen natuurlijk veel te laat thuis aan en Boudewijn krijgt een pak slaag. Boudewijn hoort nooit meer iets van zijn oom totdat deze sterft en zijn hele fortuin aan Boudewijn nalaat. Dit heeft grote indruk op me gemaakt, omdat iedereen in Boudewijns familie hem juist een beetje mijdt. Dat Boudewijn toch zo’n speciale vriendschap met hem krijgt zorgt ervoor dat ik over dat verhaal nog altijd erg veel nadenk, en nadenken is dat wat ik graag wil bij een boek.
0 notes
Text
Het geheim van das Jahrmarktsfest zu plunderweilern
Deze Roman ‘het geheim van Eberwein’ is geschreven als een autobiografie. De hoofdpersoon Boudewijn Büch (tevens de schrijver van dit boek) is op zoek naar zijn gestorven vader. Hij is ervan overtuigd dat hij zijn vader zal vinden in das jahrmarktsfest zu plunderweilern (Goethe en Eberwein). Ik bespreek in deze recensie eerst de personages, vervolgens de depressieve ondertoon en dan over de bijzondere opbouw van het boek. Over de hoofdpersoon, Boudewijn, lees je soms tijdens zijn jeugd en soms als hij volwassen is. In zijn jeugd is hij en vrolijke, rare jongen uit een verscheurde familie. Als volwassene is hij depressief door het verlies van zijn zoon en vader. Zijn familie, een rare situatie. Zijn vader en moeder hebben nooit van elkaar gehouden. Zijn vader, depressief door de 2e wereldoorlog, wil iedereen altijd alles leren. Boudewijn heeft het van hem overgenomen. Boudewijn is ook de oogappel van zijn vader. Samen gaan ze naar musea, militaire parades, maar ook slaan is gezamenlijke activiteit. Zijn moeder haat Boudewijn en Boudewijn haat zijn moeder. Met zijn broers heeft hij ook geen contact, behalve dat ze hem `lulletje` noemen dan. Verder heeft hij in het hele boek vrienden, die hij langzamerhand kwijt raakt doordat hij depressief is. Verder heet hij door het hele boek een vriendinnetje, maar door de grote tegenstelling gaat het uiteindelijk uit. Er is het hele boek door een nogal depressieve ondertoon. Dat maakt het voor mij soms wat moeilijk leesbaar, ik heb toch wel graag een lichtpunt in een boek. Hij gaat naar de psychiater, hij wil namelijk zelfmoord plegen. Jammer genoeg werkt de psychiater niet. Als je hem ziet als hij volwassen man denk je: wat een wrak. Als kind is hij nog erg levendig. De tegenstelling is immens, hoewel het kind later ook steeds minder vrolijk is. Dan vraag ik mij af, is de schrijver dezelfde weg gegaan? Wie de schrijver een beetje kent weet dat hij in interviews vaak zei dat hij dingen had, die hij graag had gehad maar niet had. Of dat misschien ergens op duidt? In ieder geval hadden beide Boudewijns een voorliefde voor boeken, dus toch wel een lichtpuntje in dit boek. De opbouw van het boek viel me heel erg op bij het lezen verschillende delen met daarin verschillende hoofdstukken, het lijkt op het eerste gezicht volstrekt willekeurig, maar als je er later nog een keer naar kijkt valt er toch wel enige logica te ontdekken. De opbouw van de delen ,en dan vooral het entr’acte, doen een beetje denken aan een klassiek concert, wat weer erg toepasselijk is, omdat Boudewijn in het boek het geheim van een klassiek stuk probeert te achterhalen, bovendien wordt in dit boek elke plaats met muziek verbonden. Zo zegt de vader van Boudewijn bijvoorbeeld tegen hem: “Let goed op jonge vriend. Wat we nu horen is een prachtige Duitse compositie die vol met grapjes zit”. Dit wordt gezegd tijdens de Taptoe Delft, een militaire parade. Eigenlijk voor je ogen, hier beschreven voor je oren. Muziek speelt dus een belangrijke rol in dit boek. Dan iets anders grappigs. In de delen staat meestal iets centraal. Als je dat per deel bekijkt krijg je pure symmetrie. Er zijn zes delen, deel drie gaat over Boudewijns moeder deel vier over zijn vader. In deel twee ontdekt hij das jahrmarktsfest zu plunderweilen, in deel vijf ontdekt hij het geheim hiervan. Deel een en zes vind ik nog wel het meest interessant samenhangen: Deel een gaat over Boudewijn die als kind met zijn vader naar het Mauritshuis gaat en daar de stier van Paulus Potter bekijkt, deel zes gaat ook over Boudewijn in het Mauritshuis bij de stier van Potter, maar nu is Boudewijn volwassene en is hij er met de kinderen van een vriend. De kinderen vinden allebei hetzelfde: „Wat kijkt die stier raar”. Dit vindt ik een van de mooiste eindes die ik ooit in een boek heb gelezen. Hoewel dit boek je soms een beetje treurig maakt is het wel leuk om te lezen, het is gewoon leuk geschreven, met als hoofdlijn kennis is macht. Zowel de vader van Boudewijn als Boudewijn (ze lijken heel erg op elkaar) beleven het grootste genot aan lezen. Van het boek zelf kreeg ik ook zin om nog meer te lezen.
0 notes
Text
Rausch der verwandlung
Dit boek van Stefan Zweig is een Duitse roman (waarschijnlijk ook naar het Nederlands vertaald) Die zich grotendeels afspeelt in een plattelandsdorpje in Oostenrijk in het jaar 1926. Het is net na de 1e wereldoorlog en iedereen is in dat dorpje altijd heel spaarzaam. Maar als de hoofdpersoon Christine 1week bij haar rijke oom en tante verblijft heeft ze alleen nog maar afschuw voor de arme mensen, voor haar dorp en voor zichzelf.
Stefan Zweig laat in dit boek een meesterwerk van beschrijving zien, wat dit boek erg boeiend maakt. Zo maakt hij het overweldigende contrast tussen het arme plattelandsdorp, waar zorgen op Christine drukken, waar alles treurig en troosteloos is, en het dure hotel, waar Christine bij haar oom en tante is, waar alles mooie is, de natuur de mensen de rust... Als ze weer terug in haar dorp is wordt ze depressief van de treurigheid daar.De titel past daarom vind ik ook erg goed bij dit boek, het is namelijk echt een grote stroom van verandering (rausch der verwandlung).
0 notes
Link
De eerste boeken die ik kon “lezen” waren rijmboeken die zo vaak waren voorgelezen dat ik ze gewoon kon opzeggen. Er zat niet veelverhaal in maar dat was juist wel leuk. Ook werden er boeken als Paulus de boskabouter voorgelezen, die kon ik helaas niet zelf “lezen”.
Toen ik op school kwam maakte...
3 notes
·
View notes